AD(H)D

Beeldende therapie

Setting op school 

Behandelplan

Bij ADHD kunnen kinderen/jongeren moeite hebben om zich te concentreren. Zij vinden het lastig dan om ergens lang aandacht voor te hebben, Het kan ook zijn dat een kind met ADHD alleen hyperactief is. Stilzitten is lastig en vaak doen kinderen/jongeren dingen impulsief zonder er vooraf over na te denken. Mensen met ADHD hebben moeite met alle prikkels die op hen afkomen te verwerken, auditieve, zintuiglijke en visuele prikkels. Er gaat zoveel informatie en prikkels door de hersenen en het reguleren er van is een probleem. 

 

Bij ADD hebben kinderen/jongeren moeite om gedachten (lang) vast te houden. Daarnaast vinden zij het lastig om taken in te plannen waardoor werk niet af is en doordoor misschien achterlopen op hun werk. Deze kinderen/jongeren zijn juist niet druk of hyperactief. Mensen denken soms dat zij lui en vergeetachtig zijn. 

 

Het lijkt mij ontzettend frusterend wanneer je continue prikkels binnenkrijgt, laat staan het een plekje geven. Het reguleren van prikkelt vergt veel energie. We weten allemaal dat gedrag bij overprikkeling negatief beïnvloed wordt. Je kan letterlijk alle kanten op stuiteren, dwars liggen, emotioneel alle kanten uitschieten. Al met al, je moet tot rust komen.  Beeldende therapie past!  Hoe fijn is het om een uurtje lekker te kleien en alles te laten gaan. Hierna is er weer ruimte om op te laden en op te pakken. 


Enkele doelen binnen beeldende therapie zijn: 

  • Stimuleren van doelgericht werken 
  • Vasthouden van de aandacht
  • Vergroten van de concentratieboog
  • Leren onderscheiden van stimuli 
  • Planmatig en stapsgewijs naar een doel werken. 
  • Ontladen alle prikkels van de dag/week.

 

*Alle werkvormen zijn afgestemd op het behandeldoel(en) waarbij beeldende materialen worden gebruikt als tijdschriften, kaarten, klei, papier, verf, stift en steen.  

 

 

 

De behandeling vindt plaats op school in een 

prikkelarme ruimte. De werkruimte dient een plek te zijn waar ongestoord behandeld kan worden. Het is prettig wanneer dit een vaste ruimte is waar het kind of de jongere zich veilig voelt en vrijuit kan uiten.  


Ouders en scholen hebben kinderen/ jongeren enigszins goed in beeld. Vanuit bevorderende en belemmerende factoren die eventueel in kaart gebracht zijn, kan al gauw een behandeldoel gesteld worden.

 

Tevens is school een centrale plek waar alle betrokkenen samen kunnen komen. De lijnen met betrokkenen blijven kort, toegangelijk en actueel. Gebeurtenissen kunnen meteen meegenomen worden in een sessie. 

Fase 1: Kennismaken met het medium en met elkaar. Belangrijk is de dialoog tussen de cliënt en de beeldende therapeut. Het vergroten van het veiligheidsgevoel is belangrijk in deze fase. 

 

Fase 2: Psycho-educatie en bespreken belemmerde en bevorderende factoren. Het is belangrijk dat de client eigenaarschap neemt over zijn hulpvraag. Middels deze stap worden problematieken gerangschikt, overzichtelijk en dus inzichtelijk. 

 

Fase 3: Oefenen van vaardigheden 
Ieder doel heeft een ander interventie en werkvormen met beeldende materialen 
Wanneer er bijvoorbeeld gewerkt wordt aan het planmatig naar een doel toe leren werken, 

wordt hier de Stop-Denk-Doe-Methode van Meichenbaum gehanteerd. Steeds komen de volgende stappen aan bod:

(1) Wat ga je doen?
(2) Hoe kan je dat doen?
(3) Maak je gebruik van een plan?
(4) Hoe heb ik het gedaan?

 

Fase 4: Stabiliseren en eigen maken van de vaardigheden. Afhankelijk van het gestelde doel, worden vaardigheden verder ingeoefend. 

Wat mooi is van school, is dat de lijnen kort zijn. Er kan meteen een terugkoppeling plaatvinden hoe het gaat in de klas. Gebeurtenissen kunnen meteen meegenomen worden in een sessie. 

 

Fase 5: Afrondingsfase

Het einde van de behandeling nadert. We ronden af en werken toe naar de laatste sessie.